Naar alle columns

Vogelvorm

Door Agnes Frijlink

Puttertje Fabricius
Puttertje — Fabricius

Vogels, ik ben er dol op. Ze zijn dan ook vaak een uitgangspunt in mijn eigen werk. Vogels zijn wel lastige modellen; ze zijn zo gevlogen. Hoe heeft de schilder Fabrcius zijn 'Puttertje' (1654) kunnen schilderen? Zou hij een opgezet vogeltje hebben geschilderd? Die indruk wekt het puttertje niet. Puttertje is overigens een bijnaam, de eigenlijke naam van dit vogeltje is Distelvink; het is een vinkensoort die we vaak zien zitten op distels , waar ze de zaden uit eten.

De naam 'putter' heeft deze vink gekregen doordat hij vroeger vaak in kooien werd gehouden, waarin de vogel zelf een vingerhoed met water omhoog moest trekken (putten) om te kunnen drinken. Dat was ongetwijfeld zeer vermakelijk om naar te kijken. Men had nog geen televisie, zullen we maar denken. Maar dit is dus de situatie waarin Fabricius zijn putter heeft geschilderd. Zijn putterje zit echter niet in een kooi, maar zit met een kettinkje vast om te voorkomen dat hij weg vliegt.

Moeder Natuur heeft aan de vogels het hardst gewerkt.

Omdat vogels niet stilzitten en ze zich niet eenvoudig in de hand laten houden en het ook niet de bedoeling is om ze met een kettinkje rond de pootjes aan een tak te binden, is het voor mij altijd een uitkomst om al wandelend of fietsend een pas gestorven exemplaar aan te treffen. De meeste dode vogels die ik zie, stierven geen natuurlijke dood maar zijn helaas slachtoffers van het verkeer. Als ze op straat liggen, verplaats ik ze naar de berm; dat is een ingesleten gewoonte geworden. Hun dood was al gruwelijk, gun ze dan tenminste een degelijke laatste rustplaats.

Twee dode roeken - Floris Verster
Twee dode roeken — Floris Verster

Hoe naar ook, de nog vrij gave vogels bieden een uitgelezen kans om de vogel goed te bekijken. Het eerste wat opvalt is het geringe gewicht. Om te kunnen vliegen, hebben vogels lichte botten, botten met veel lucht er in. Een vogel heeft veel verschillende type veren, het mooist vind ik die rond en op de kop. Al die kleine veertjes, zo divers, al die details. Schitterend. Moeder Natuur heeft aan de vogels het hardst gewerkt.

Je wordt er verliefd op en je rent er voor weg.

De Nederlandse schilder Floris Verster zag zijn kans klaarblijkelijk ook schoon toen hij stuitte op 'Twee dode roeken' (1907). Ik vermoed dat het geschoten vogels zijn en dat ze net als kraaien gebruikt werden om op de akkers en in de tuinen te hangen om andere vogels af te schrikken. Rond kraaien, roeken en raven hing eeuwenlang een zweem van onheil. Ze voorspelden en brachten ziekte en dood. Allemaal bijgeloof natuurlijk, maar mensen kunnen elkaar een boel wijsmaken. Kraaiachtigen zijn de slimsten onder vogels en ze kennen sterke sociale en relationele banden.

Dode kraai - Floris Verster
Dode kraai — Floris Verster

Het onheilspellende heeft Verster subtiel en indrukwekkend vastgelegd in het werk 'Dode kraai' (1907). Het is niet moeilijk de kraai los te laten en alleen nog maar de vorm te zien. Die vorm! Dit werk is niet groot, 55 x 37 cm, maar stel je eens voor dat het drie keer zo groot zou zijn. Overdonderend. Armando kan er een puntje aan zuigen. Maar ook het eigenlijke formaat is niet zonder impact. Wat een kracht, wat zwart; je wordt er verliefd op en je rent er voor weg. Dit schilderij werkt misschien wel als een spiegel. Het onheilspellende zit hem niet in de kraai, het duistere zit in hoe wij ermee omgaan.

Floris Verster heeft met dit werk, bewust of onbewust, zijn eerste abstracte schilderij gemaakt. Verf en vorm. Een archaïsch beeld. Een werk dat diep raakt.