Naar alle columns

Een kortstondig bestaan

Door Agnes Frijlink

Cosmos - A Spacetime Odyssey
Cosmos - A Spacetime Odyssey

Vol verwondering kijk ik naar de programma's van Neil deGrasse Tyson, een Amerikaanse astrofysicus en wetenschapscommunicator. De programma's die hij maakt zijn zeer toegankelijk voor geïnteresseerde leken zoals ik. In de eerste aflevering van 'Cosmos: A Spacetime Odyssey.' (uitgezonden door National Geographic) illustreert hij de oudheid van het universum door middel van een kalender. Als het heelal begon op 1 januari, verschijnt de mens pas 12 maanden later, op 31 december een paar seconden voor middernacht. Het heelal wordt geschat op zo'n 13,8 miljard jaren oud. Mensen worden gemiddeld zo'n 75 jaar.

Dit te beseffen relativeert behoorlijk en maakt nederig. Hoe meer we leren over het heelal, het ontstaan van de aarde en de evolutie van het leven er op, hoe kleiner en toevalliger je je gaat voelen. Hoe onbeduidend en hoe verschrikkelijk kort is mijn bestaan op deze kwetsbare aardbol, die zich bevindt in een zonnestelsel, ergens in een arm van een sterrenstelsel, ergens in het inmense heelal met meer dan 100 miljard andere sterrenstelsels.

Een troost is het wellicht om te weten dat alles eindig is.
Vanitas. 1627 Jan Lievens
Vanitas. 1627 — Jan Lievens

Een troost is het wellicht om te weten dat alles eindig is. Ook sterren worden geboren en gaan dood en als sterren sterven vergaat al het leven op de planeten waarop ze leven mogelijk maakten. Maar die sterren leven wel een stuk langer dan wij.

De tijd verglijdt, de klok tikt.

Hoewel men in de 17e eeuw zich het hoofd nog niet brak over de onbegrijpelijke getallen en de grootheid van het universum, zag men al wel in dat we eindig zijn, een riet dat makkelijk knakt. Alles is ijdelheid, want hoe mooi we ons ook voordoen met grootspraak en dure kleren, hoe belangrijk we onszelf ook maken en hoe vaak we onze grijze haren ook zwart verven; niemand ontkomt aan aan de dood. De tijd verglijdt, de klok tikt. De klok tikte toen en de klok tikt nu. Als ik in de stad door een drukke winkelstraat loop, denk ik wel eens: over honderd jaar is niemand van al die mensen die ik nu zie, nog in leven. Raar toch?

In de 17e eeuw zijn de zogenaamde vanitasschilderijen populair. Waarschijnlijk omdat er veel voorspoed was in deze eeuw en er steeds meer rijke mensen waren. De vanitasschilderijen moesten deze hebberige rijken er aan herinneren dat hoeveel je ook bezit, je de dood niet kan afkopen.

Vanitas is Latijn voor ijdelheid. Op deze vanitasschilderijen zijn stillevens te zien van allerlei atributen die verwijzen naar de eindigheid van ons bestaan, zoals: zandlopers, klokken (tijdelijkheid), opgebrande kaarsen (eindigheid, vuur dat dooft), muziekinstrumenten (een klank is korstondig, je slaat een toets aan en het geluid sterft weg), boeken (begin en eind), schedels (symbool voor dood), verwelkte bloemen en overrijp fruit (organisch lichaam vergaat), zeepbellen (kortstondig bestaan, blijft niets van over) en geld/muntstukken/zilver (ijdelheid, rijkdom helpt je niet).

Een variant op de vanitasschilderijen zijn de werken met het thema Nascentes Morimur (vanaf onze geboorte sterven wij). Meestal afgebeeld als een pasgeboren kind dat leunt of slaapt op een doodshoofd.

Nascentes Morimur
Nascentes Morimur

We zouden het bijna vergeten, maar de boodschap van al deze schilderijen die ons met de neus op ons kortstondige bestaan drukken, is een blijde: Leef! leef nu! Wees zuinig op je leven, op je lichaam, je geliefden en je tijd. Je hebt maar een lijf en een leven en de tijd gaat snel. Ja, de tijd gaat snel. We zijn geen eendagsvliegen maar honderdste secondenvliegen ten opzichte van het universum. Dat is jammer en dat is mooi. Het werkt misschien wel zo dat hoe meer je je realiseert hoe ontzettend nietig, kort en toevallig je bestaan is, hoe grootser en intenser de ervaring van het leven is.

De lente staat in de startblokken. Het begint. Geniet ervan!