Het vlot
Door Agnes Frijlink
Op de hoogte blijven van nieuwe columns?
Abonneer je op onze nieuwsbrief
Overal liggen lichamen op dit gammele vlot midden op zee. Een oude man houdt verslagen het lichaam van een jongeman vast. Naast hem liggen bleke, levenloze lichamen die dreigen weg te glijden in de woeste golven. Alles oogt zwaar, nat en uitzichtloos. Maar nog niet alles is verloren. Hoe hoger je kijkt, hoe meer beweging en hoop ontstaat. De overlevenden richten zich op, ze wijzen naar de horizon en klimmen over elkaar heen. Helemaal bovenaan staat een man die met een doek zwaait naar een klein schip in de verte: de Argus, hun mogelijke redding.
Het vlot van de Medusa van Théodore Géricault (1818) is bijna vijf bij zeven meter groot en maakt een enorme indruk als je er voor staat. Het schilderij vertelt het waargebeurde verhaal van de Médusa, een Frans fregat dat in 1816 vastliep op een zandbank voor de kust van West-Afrika. Niet door een zware storm of een noodlottig ongeluk, maar door onbekwaam leiderschap. De kapitein had zijn positie namelijk niet gekregen vanwege zijn ervaring, maar dankzij politieke connecties. Nepotisme is van alle tijden.
De schipbreuk werd meer dan alleen een tragedie op zee.
Omdat er te weinig reddingsboten waren, werd haastig een groot vlot gebouwd waarop ongeveer honderdvijftig mensen werden achtergelaten. Mensen met macht en status kregen een plek in de reddingsboten, gewone matrozen en soldaten werden verwezen naar het vlot. Aanvankelijk werd het vlot nog voortgetrokken, maar toen bleek dat het de reddingsboten teveel ophield, werden de touwen doorgesneden en dreef het stuurloos de oceaan op. Wat volgde was een nachtmerrie die heel Frankrijk schokte: honger, uitdroging, muiterij, moord en uiteindelijk zelfs kannibalisme. Na bijna twee weken waren nog maar vijftien mensen in leven.
De ramp raakte een gevoelige snaar in het Frankrijk van die tijd. Na de val van Napoleon was de monarchie hersteld en werden belangrijke functies opnieuw verdeeld op basis van afkomst en politieke loyaliteit. Daardoor werd de schipbreuk meer dan alleen een tragedie op zee. Het werd een pijnlijk symbool van bestuurlijk falen, sociale ongelijkheid en een elite die zichzelf in veiligheid brengt terwijl gewone mensen worden opgeofferd.
Bij Géricault is het donker. Bij Delacroix gloort er licht.
Géricault heeft dit enorme doek kort na de ramp gemaakt en het schijnt dat hij hiervoor ook gesproken heeft met overlevenden van het vlot. Ook bijzonder in dit verband is dat zijn bevriende collega, schilder Eugène Delacroix, poseerde als model voor dit werk. Hij zou te zien zijn als een van de drenkelingen op het vlot. Maar welke?
Over Delacroix gesproken: hij schilderde zo'n tien jaar later - geïnspireerd door de inmiddels overleden Géricault – een heel ander soort tafereel, namelijk De vrijheid leidt het volk (1830). Dit doek is met zijn 260 × 325 cm ook niet klein, maar wel een stuk kleiner dan Het vlot van de Medusa. We zien hier geen stuurloos vlot op zee, maar barricades in Parijs. We zien geen uitgeputte overlevenden, maar burgers, arbeiders en studenten die samen de straat op gaan tegen de macht. Bij Delacroix maakt wanhoop plaats voor beweging en verzet.
Midden in het schilderij loopt Marianne, de personificatie van Frankrijk. Zij is het symbool van de Franse waarden: vrijheid, gelijkheid en de macht van het volk. Met de Franse vlag hoog boven haar hoofd leidt zij het volk over de barricades heen. Overal is actie: rook, chaos en strijd vullen het doek. Tussen het geweld door gloort licht, alsof Delacroix wil laten zien dat vrijheid bereikbaar is wanneer mensen samen in verzet komen.
Bij Géricault is het donker. Bij Delacroix gloort er licht.