Gepuzzel
Door Agnes Frijlink
Op de hoogte blijven van nieuwe columns?
Abonneer je op onze nieuwsbrief
Nee hè! Ik was er al bang voor dat dit zou gebeuren. Stukje kwijt. Het is ook veel te druk hier om de tafel om rustig te kunnen puzzelen. Te weinig ruimte voor vijf paar handen. Voor je het weet valt er een stukje op de vloer… Als het maar niet in de stofzuiger beland is.
We kijken naar een tafereel zoals alleen Marius van Dokkum het kan verbeelden. De Nederlandse schilder en illustrator (1957) beheerst zijn vak tot in de puntjes. Hij begon klassiek en serieus, met grote aandacht voor techniek en detail. Dat zie je nog steeds: elk rimpeltje, elke glans op een brillenglas, elke plooi in een vest is zorgvuldig geschilderd. Maar ergens onderweg besloot hij wellicht dat het leven te leuk – of te pijnlijk herkenbaar – is om bloedserieus te blijven. Sindsdien zijn zijn doeken bevolkt met goedbedoelende sukkelaars, eigenwijze echtparen en trotse hobbyisten die nét niet helemaal begrijpen waar ze mee bezig zijn. Zijn stijl is realistisch, bijna ouderwets degelijk en zijn onderwerpen zijn heerlijk alledaags. Zoals hier, in Missing Link (2012). Vijf mensen – twee tachtigers en drie zestigers – hebben duidelijk al meerdere avonden gezellig samen gepuzzeld. Er is thee geweest, waarschijnlijk met cake en er is veel gepraat. Maar nu mist het laatste stukje.
Onder de tafel speurt een andere grijsaard met vastberaden ernst, terwijl een dame met een leeslamp geduldig bijschijnt
Vier van hen zijn driftig op zoek naar het ontbrekende onderdeeltje. De grijze mevrouw kan eenvoudigweg niet geloven dat het níét in de doos zit; zoiets gebeurt haar niet. De meneer tegenover haar deelt dat stellige ongeloof. Onder de tafel speurt een andere grijsaard met vastberaden ernst, terwijl een dame met een leeslamp geduldig bijschijnt. Alleen de man aan het hoofd van de tafel lijkt zich aan de consternatie te onttrekken. Hij voert een opgewekt telefoongesprek.
En wat zich buiten het gezichtsveld van alle personages bevindt – maar niet buiten dat van ons als toeschouwers – is natuurlijk het puzzelstukje zelf. Daar ligt het. Zie je het liggen?
Hoe frustrerend het is als zo’n stukje ontbreekt, weet ik inmiddels uit ervaring. Sinds een half jaar heb ik de legpuzzel ontdekt als uitstekend tijdverdrijf om te ontspannen. Het houdt je hersenen prettig bezig en werkt op een wonderlijke manier kalmerend. Een zegen voor wie rondloopt met een overprikkeld brein dat nooit op ‘uit’ lijkt te staan.
Maar ja, dat ene ontbrekende stukje bracht me in paniek. Ik haalde de kamer overhoop, controleerde alle hoeken en nissen en haalde de stofzuigerzak uit elkaar. Alles om de puzzel weer compleet te krijgen. Na een week gaf ik het op. Toen ik de doos met de incomplete puzzel boven mijn hoofd tilde om hem op de kast te zetten, zag ik het ineens: het vermiste stukje zat vastgekleefd tegen de bodem van de doos.
De legpuzzel begon helemaal niet als gezellig tijdverdrijf aan de keukentafel
Hoe lang bestaat de legpuzzel eigenlijk? Uit welke hoge hoed is dat idee ontsproten en wat was de eerste legpuzzel; hoe zag die eruit?
Ik ben op zoek gegaan en ontdekte het volgende:
De legpuzzel begon helemaal niet als gezellig tijdverdrijf aan de keukentafel, maar als serieus lesmateriaal. Rond 1760 plakte de Londense kaartenmaker John Spilsbury een landkaart op een houten plank en zaagde die langs de landsgrenzen uit. Het idee was simpel: leerlingen moesten de stukken weer op hun juiste plaats leggen en zo spelenderwijs topografie leren. Geen ontspanning, maar onderwijs.
Pas aan het begin van de negentiende eeuw veranderde dat. Tussen 1800 en 1820 ontdekten volwassenen uit de hogere kringen dat het leggen van zo’n houten puzzel eigenlijk best aangenaam was. Ze waren nog met de hand gezaagd en daardoor kostbaar, maar vonden langzaam hun weg naar de huiskamer.
Rond 1900 verschenen de eerste stukjes in de vorm die we nu kennen: met ronde bollingen en uithollingen die precies in elkaar grijpen. Dat maakte het puzzelen niet alleen uitdagender, maar het zorgde er ook voor dat de stukjes beter bleven liggen. De echte doorbraak volgde aan het begin van de twintigste eeuw. Dankzij industriële productie en de overstap van hout naar karton werden puzzels betaalbaar voor een breed publiek. Vooral in de jaren dertig, tijdens de economische crisis, boden ze een toegankelijke en welkome vorm van ontspanning in onzekere tijden.
Wat begon als een hulpmiddel voor aardrijkskunde, groeide zo uit tot een wereldwijd tijdverdrijf dat al ruim tweehonderd jaar mensen bezighoudt. Samen aan de keukentafel, zoals we zien in het schilderij van Marius van Dokkum, of in alle rust alleen aan een bureau, zoals ik het graag doe. Het liefst zonder ontbrekende stukjes.