Naar alle columns

Dodo merels

Door Agnes Frijlink

Waarom duurde het zo lang voordat ik ze miste? Misschien kwam het omdat ze zo geleidelijk, zonder geschreeuw, een voor een het loodje legden. Het was niet dat ze er ineens niet meer waren, hun aantal nam zo gestaag af, dat ik er niet op lette; want er is zoveel om op te letten als ik buiten ben, in de tuin, in het park of in het bos. Ik herinner mij wel de laatste die ik (bewust) zag, dat was in augustus, in Drenthe, en die die leefde niet meer. Nu tref ik wel vaker dode vogels en het is mijn gewoonte dat wanneer ik een dode vogel op straat of langs de kant van de weg zie liggen, ik deze even in de berm leg en toedek. Zo deed ik dat ook met deze dode merel.

De merel.
Waar zijn de merels?

De merels hebben de afgelopen jaren drie golven van het usutuvirus voor de kiezen gehad. Het virus stamt oorspronkelijk uit Afrika en de naam is afgeleid van Usutu, een van de lokale namen van de Maputorivier in Swaziland. Het usutuvirus wordt door steekmuggen overgedragen en het heeft een weg naar Europa gevonden en treft vooral merels.

De berichtgevingen die ik op internet erover kan vinden hebben het over misschien wel een halvering van de merelstand in Nederland, maar die berichten dateren van juli en augustus. Ik heb de afgelopen weken driftig om mij heen gekeken en geluisterd, maar op een twijfelachtige korte alarmroep na, heb ik geen spoor of glimp van ook maar een merel kunnen ontdekken.

Vogelliefhebbende kunstenaars zijn tot mijn vreugde van alle tijden

De mensen die mij kennen, en mijn werk kennen, weten dat hier een vogelliefhebber schrijft. En vogelliefhebbende kunstenaars zijn tot mijn vreugde van alle tijden. Bijvoorbeeld de Haagse schilder Cornelis Samuel Stortenbeker (1838 – 1885), staat vooral bekend om zijn schilderijen van dode en levende vogels. Voor de gelegenheid hier een werk van hem: vijf dode vogels.

Cornelis Samuel Stortenbeker - vijf dode vogels
Vijf dode vogels — Cornelis Samuel Stortenbeker
Ja, de merel in het midden. Die vloog destijds ook al door Nederland rond.

De uitgebeelde vogels zijn: roodborst, groenling, merel, pimpelmees en vink. Hoewel de vogels waarschijnlijk geen natuurlijk dood gestorven zijn en er geen ander doel was dan ze te 'verzamelen' om een mooi stilleven te kunnen maken, is het een ontroerend werk. Die subtiele compositie, het pimpele petje van de pimpelmees. De groenling en de roodborst die lekker op de buik van merel liggen uit te rusten en de vink en de mees die zich elk tegen een zij van de merel aan lijken te schurken. Een heel ontspannen tafereel.

Ja, de merel in het midden. Die vloog destijds ook al door Nederland rond.

Komt het nog goed?
Of zijn ze ten dodo opgeschreven.
Ja, Dodo!

De dodo leefde lang geleden zeer lang en gelukkig op het eiland Mauritius. Ze leefden daar al zo lang zonder vijanden dat hun vleugels weg evolueerden; nou ja, ze hadden ze nog wel, maar ze werden zo klein dat ze er niet meer mee konden vliegen. Vliegen was verspilde energie en hun voedsel bevond zich op de grond of tenminste op ooghoogte. Maar ja, toen zetten daar in de 17e eeuw op Mauritius de Hollanders voet aan wal. In plaats van het usutuvirus namen zij varkens, ratten en apen mee en dat bleek een ramp voor de eieren en jongen van de dodo. Het schijnt dat de Hollanders ook wel eens dodo's aten, maar dat dit niet de oorzaak van het uitsterven van de dodo is geweest. We weten eigenlijk nog steeds erg weinig van de dodo. Ze stierven net wat te vroeg uit. We hebben geen filmbeelden of foto's, maar we moeten het van verslagen hebben en tekeningen.
Zoals deze vier tekeningen van een dodo uit het reisverslag De Gelderland (Nationaal Archief (NA), Den Haag, archieven van de Compagnieën op Oost-Indië, 1594-1603).

Tekeningen reisverslag De Gelderland
Tekeningen reisverslag De Gelderland

Onderaan de rechter pagina staat geschreven:
Deese vogels vanckt men op het eijlandt Mauritius in grote menichten, want sij en connen [niet] vlien ende is goet eeten ende verversing. Hebben dickmaels steenen inde maech ende als eijren, somtijts grooter ende cleijnder. Sijnde genaempt griffeendt ofte cermesgaensen.

Opvallend dat de dodo nog geen dodo wordt genoemd maar grifeend of kermisgans (of walgvogel). De dodo is eend noch gans, maar is verwant aan de duif. Of was... was verwant aan de duif. Grote gekke dikke duif. Jammer toch dat we ze nooit in het echt meer kunnen ontmoeten. Weg is weg, gedane zaken nemen geen keer.
Moet ik mij zorgen maken? Ik maak mij zorgen.
Gaat de merel de dodo achterna?