Naar alle columns

Bel en bedelen

Door Agnes Frijlink

Collectebus
Collectebus

Grenzen verleggen, jezelf overwinnen, iets doen wat je nog nooit gedaan hebt. Al gauw denk je dan aan iets moedigs zoals aan een berg beklimmen of een sprong uit een vliegtuig, maar soms zit een grens verleggen in iets minder spraakmakends.

Zo heb ik mijzelf nooit begrepen als het om sociale omgang gaat, want er is iets tegenstrijdigs. Als kleuter stond ik gemakkelijk op het toneel voor tientallen mensen een stukje op te voeren, maar als mij na afloop gevraagd werd om hallo te zeggen tegen een mij onbekende vrouw of meneer, kroop ik van angst onder moeders rokken. Vreemd. Op een podium lekker in het vel, op de grond onzeker, bang en verlegen. Het is daarom ondenkbaar dat ik zomaar ergens aanbel om vreemde mensen aan te spreken.

Op gisteren na dan, toen ik als collectant voor de Hersenstichting bij meer dan vijftig vreemde voordeuren op de bel drukte.

Bedelen kennen we van oudsher van zwervers, armoedzaaiers, landlopers, kreupelen en blinden.

Wat zijn er toch veel verschillende soorten mensen. Mijn ontmoetingen varieerden van ronduit bot tot bewonderenswaardig warm en hartelijk.
'Goedenavond, ik collecteer voor de Hersenstichting. Heeft u een bijdrage over?'
Nee, doen we niet aan. (Bam!)
Ja natuurlijk.
Nou, ik wil wel, maar we hebben geen kleingeld.
Sorry, niet geïnteresseerd.
Wat goed, kom even binnen, het is koud, moet even zoeken naar de portemonnee.

Het heeft iets van bedelen, dat collecteren. En hoe nobel het doel ook, je voelt je toch wat bezwaard. Nou ja, ik wel. Je gaat met een bus langs huizen waarin soms mensen wonen die moeite hebben om de eindjes bij elkaar te knopen, om geld op te halen voor onderzoek dat de regering zelf voldoende zou moeten financieren. Hmmmm..

'Ach laat ook maar, zo is ie ook goed, geen achtergrond is misschien wel beter.'

Bedelen, be-delen, bedeel mij. Bedelen kennen we van oudsher van zwervers, armoedzaaiers, landlopers, kreupelen en blinden. Het uitschot van de maatschappij of zij die gewoon niet meekwamen. In de 17e eeuw bijvoorbeeld bestond er geen pensioen of uitkering voor zieken en werklozen. De pechvogels. Een kunstenaar uit die tijd die deze pechvogels graag afbeeldde was Pieter Jansz Quast (1605 – 1647). Pieter Quast was tekenaar en graveur en behoorde tot de Hollandse School (zoals ook Johannes Vermeer en Frans Hals). Hij had kennelijk iets met bedelaars en boeren. Hij maakte zelfs een hele serie etsen onder die noemer. Uit die serie is de afbeelding hieronder:

Dode kikker met bromvliegen
De Kreupele bedelaar — Pieter Jansz Quast

De 'Kreupele bedelaar' (1634 – 1638) is een heerlijk etsje. Het is zo'n 16 bij 21 cm groot en zeer verfijnd. Als je zo fijn wil werken, moet je etsnaald goed scherp zijn en moet je, naast dat je een goede tekenaar bent, het vak van etser natuurlijk goed beheersen. We zien een bedelaar afgebeeld met krukken en zijn rechterbeen leunt met zijn knie op een houten poot. Met zijn linkerhand houdt de bedelaar zijn hoed op. Daar moet geld in. Als ik inzoom zie ik op de rechterkant van de ets aanzetten tot een gebouw of ruïne. Quast bedacht zich wellicht? 'Ach laat ook maar, zo is ie ook goed, geen achtergrond is misschien wel beter.'

Wel of geen been kan het verschil maken tussen wel of geen gevulde maag.
Dode kikker met bromvliegen
Kreupele landloper — Pieter Jansz Quast

Dat die aanzet mijn aandacht even afleidde van de bedelaar komt omdat bij een ander werk uit deze serie Pieter Quast wel een uitgewerkte achtergrond maakte. Hier zien we de bedelaar lopen/hinken door een rivierlandschap. We zien scheepjes, een stadje aan de overzijde en een boerderij of nederzetting aan onze zijde van de oever. Waarom loopt deze bedelaar wel ergens en de andere niet? Geen idee.

Wat de bedelaars gemeen hebben is hun mankement aan het rechterbeen. Al loopt de ene met een kruk en de andere met twee. Wat hun been betreft raak ik wel wat in de war. Ik bedoel, zijn ze wel mank? Bij de eerste bedelaar lijkt zijn been gewikkeld in een doek, bij de tweede zie je zijn voet gewoon door het schoeisel heen. Hoe dan ook: ze zitten er dus aan. Belazeren ze de boel of is er echt iets mee. Weer zo'n vraag waar ik geen antwoord op weet. Wat ik wel weet is dat bedrog, een voorgewende handicap, vaak ingezet werd om geld in de hoed te krijgen. Wel of geen been kan het verschil maken tussen wel of geen gevulde maag. Ach, ik neem het ze niet kwalijk.

En ik hoop dat jullie het de collectanten niet kwalijk nemen als ze voor je deur staan. Ze veinzen niets, behalve dan die ene die net doet alsof ze niet bang is en het heel gewoon vindt om bij je aan te bellen.