Naar het artikeloverzicht

De verf van Barnett Newman

Een artikel uit Kunstenaar Magazine

Bij een recent bezoek aan het toekomstige 'street art museum today' dat eind 2019, begin 2020 zijn deuren in Amsterdam Noord zal openen, bleek een van de grote doeken door binnengedrongen onverlaten met een stanleymes te zijn bewerkt. Dit roept herinneringen op aan de geruchtmakende restauratie van het in 1986 met een stanleymes beschadigde schilderij van Barnett Newman 'Who is Afraid of Red, Yellow and Blue III'. Daar wordt nog regelmatig over geschreven. Meestal, zelfs door restauratoren, met weinig kennis van zaken. Zelfs nu het schilderij weer wordt geëxposeerd, is het niet meer het werk van Newman. Want wat is nu met de restauratie verloren gegaan?

Opbouw en werking
Newman had de intentie om de toeschouwer te laten opgaan in een rood universum dat zich losmaakte van het doek. Hoe heeft hij dat geprobeerd met zijn schildertechniek te verwezenlijken? In het dossier van dit werk in het Stedelijk Museum bevindt zich een röntgenfoto, een detail in zwart/wit waarop de opbouw van het rode vlak goed zichtbaar is. Het rode vlak is opgebouwd uit verfstreken van een dekkend rood (cadmiumrood) en een transparant rood (organisch rood pigment). Een transparante verflaag ziet er op een witte ondergrond dekkend uit. (Iets dat op een schilderij er transparant moet uitziet, is een geheel ander verhaal) Wanneer een toeschouwer voor het schilderij stond, probeerde hij/zij te focussen op het oppervlak. Doordat de twee gebruikte verven bijna hetzelfde in kleurtoon zijn, zag het er als een geheel rood vlak uit. Echter door de onbewuste oogbewegingen die men maakt, verschoof de focus telkens van een dekkend naar een transparant gedeelte van het vlak. Het vlak waarop men kon focussen, verschoof dus ook in de diepte: van het oppervlak van het cadmiumrood naar de witte ondergrond bij het transparante rood. De laagdikte van de verflaag is ongeveer 50 micron (0,05 millimeter). Dit lijkt niet veel, maar als je maar lang genoeg voor het schilderij stond en probeerde je te concentreren op het rode vlak, verloor je je oriëntatie.

ALTTEKST AFBEELDING

Onmogelijkheid te restaureren volgens de geldende ethiek
Omdat de werking van het rode vlak afhing van de (on)mogelijkheid op het vlak te focussen, betekende elke aanpassing van het oppervlak een aantasting van de werking. De traditionele restauratie ethiek houdt in dat men ingrepen 'reversibel' uitvoert. Dit bereikt men door eerst een vernislaagje aan te brengen waarop de retouches worden aangebracht. Is men niet tevreden of verandert het inzicht omtrent de restauratie, dan is de ingreep door het tussenlaagje gemakkelijk ongedaan te maken. De restaurator Goldreyer heeft na het herstellen van de scheuren eerst volgens de geldende ethiek geretoucheerd. Maar daarmee verschoof het focusvlak naar voren en werd de optische werking ter plekke veranderd. Toen de restaurator dit opmerkte, heeft hij helaas het hele vlak maar met een verfroller rood geschilderd. Overigens met een ander pigment dan Newman gebruikte, namelijk cadmopoon in plaats van cadmiumrood en een organisch rood.

ALTTEKST AFBEELDING

Reas?
Er is overwogen om de restauratie ongedaan te maken. Vanuit Amerika kreeg ik het bindmiddel opgestuurd waarmee Goldreyer de restauratie had uitgevoerd, 'Hierloom, Clear Varnish, flat 0007'. In de begeleidende informatie viel te lezen 'apt for pews', geschikt voor kerkbanken! Dit is een slijtvaste vernis op basis van urethaanalkyd (dus geen acryl zoals een restaurator onlangs beweerde). Een slijtvaste verf is altijd wat rubberachtig. Het moet onder de bewegingen van de gebruikers kunnen meegeven. Een verf die dat niet doet, slijt namelijk eerder. Het schilderij “Who’s afraid” is geschilderd met olieverf. Dat inmiddels een harde en brosse laag is geworden. Een rubberachtige laag van een kwetsbare brosse olieverflaag afhalen zonder schade aan te brengen, is technisch onmogelijk.

ALTTEKST AFBEELDING

AUTEUR
Tekst en beeld: Pieter Keune