Naar alle columns

Koud

Door Agnes Frijlink

Hoera, het wordt zomer: de lange mouwen kunnen uit, zonnestralen op de huid. De bomen zijn weer groen van blad en struiken en bloemen bloeien. Ja, geef mij maar zomer, warmte, hitte: heerlijk. Van sneeuw en ijs loop ik niet warm en mijn hart maakt bepaald geen sprongetje bij de gedachte aan een Elfstedentocht.

Ik zou mij waarschijnlijk dan ook niet aangemeld hebben in 1596 als matroos op het zeilschip van Willem Barentsz. Dat die mannen daar vrijwillig naar toe gingen; daar begrijp ik helemaal niks van. Zelfs als die reis goed was gegaan, zou ik het al ondraaglijk gevonden hebben; laat staan als er iets fout gaat, bijvoorbeeld dat je schip vast komt te zitten in het ijs en je maanden moet wachten in duisternis met temperaturen tot min 20 of 30 graden tot je weer varen kan.... Brrrrrrr.

Je wilt natuurlijk sowieso niet op een zinkend schip zitten midden in de oceaan, ook niet als het daar tropisch warm is.
Schipbreuk van Willem Barentsz
Schipbreuk — Willem Barentsz

Zo ben ik eigenlijk ook wel blij dat ik niet op de Titanic zat; niet omdat die zonk, maar omdat het zo koud was waar ze zonken. Ja, nee, je wilt natuurlijk sowieso niet op een zinkend schip zitten midden in de oceaan, ook niet als het daar tropisch warm is. Maar de temperatuur van het water doet er wel toe als het gaat om je overlevingskansen.

Toen ik een tijdje terug in het 50 meter buitenbad te Zwolle dapper mijn baantjes aanving, was het buiten 15 graden en het water 20 graden. In eerste instantie voelt het water dan warm aan, want het is immers warmer dan de buitentemperatuur. Ik dacht: ach 20 banen, dan sta ik na 20 minuten zomaar weer op het droge. Just do it. Maar de laatste 100 meter werkte ik duizelend en met gevoelloze handen en voeten af en de rest van middag bleef ik ongecontroleerd rillen. Laat mij nog een 2e kilometer zwemmen en ik kom niet meer boven. Aan onderkoeling gaat menig drenkeling ten onder.

De dood van Willem Barentz op 20 juni 1597, schilderij door Christiaan Julius Portman.
De dood van Willem Barentz op 20 juni 1597 — Christiaan Julius Portman

Maar de mannen van Willem Barentsz verdronken niet; die hadden het gewoon heel erg koud. Hun doel was een noordelijke doorvaart naar de Indische handelsgebieden te vinden omdat de zuidelijke route rond Kaap de Goede Hoop beheerst werd door vijandelijke Portugezen en Spanjaarden. Persoonlijk zou ik heel nederig vriendschap met ze gesloten hebben om maar niet via het noorden te hoeven, maar zo werkte het kennelijk niet. Dus ze voeren naar het noorden. Ter hoogte van Nova Zembla staken stormen op en zochten ze beschutting in baaien. Intussen groeide het ijs aan, en dat ging zo hard en erg dat ze vast kwamen te zitten.

De duistere poolwinter duurt een eeuwigheid. Van de 17 bemanningsleden keren er 12 na negen maanden terug. Dat er überhaupt overlevenden waren vind ik al een wonder. De bemanning leed aan scheurbuik, bevroren ledematen, onderkoeling en ondervoeding. Ze overleefden door van kreupelhout een huis te bouwen, nou ja huis, het heeft muren en een dak. Dit huis gaat de geschiedenis in als 'Behouden Huys'. Een van de mannen die het niet overleefde is Willem Barentsz zelf. Hij stierf een week nadat ze uit het ijs wisten los te komen. En dit tafereel is te zien op het schilderij van Christiaan Julius Portman (1799 – 1868).

Het boek is dicht, de lampen zijn uit en de olie op. Maar de vlag wappert fier in de wind.

Christiaan Julius Portman was behalve schilder van historiestukken zoals dit werk, ook fotograaf. Hij zag zichzelf meer als een vakman dan als een artiest. En zijn vakmanschap straalt hier ook wel van af. Het doet denken aan een tableau vivant. Willem Barentsz ligt als een soort gestorven Christus in de armen van een bemanningslid die de rol van Maria op zich neemt. Een andere man buigt over Barentsz heen en voelt zijn pols. Op zijn schoot ligt een perkament; het zogenaamde “briefje in de schoorsteen”, dat hij vlak voor zijn overlijden schreef, waarin hij de overwintering op Nova Zembla verantwoordt aan zijn opdrachtgevers.

De zandloper geeft aan dat de tijd op is. Een bijl is erbij neergelegd. Het boek is dicht, de lampen zijn uit en de olie op. Maar de vlag wappert fier in de wind. Na de rouw zullen de mannen die deze winter overleefden het schip verder uit de ijswereld dirigeren en koers zetten naar Holland, waar het zomer wordt, waar de lange mouwen uit kunnen en de zon straalt op hun huid.

Overigens heeft deze koukleum haar abonnement bij het binnenbad verlengd.

Nova Zembla 'Behouden Huys' 1880
Nova Zembla 'Behouden Huys' 1880