Franz Kline
Door Agnes Frijlink
Curiosity Killed the Cat, zegt men, en daarmee wordt bedoeld dat teveel nieuwsgierigheid en teveel onderzoek doen, vervelende consequenties kan hebben. Maar zonder nieuwsgierigheid zou de mensheid zich niet ontwikkeld hebben en zouden we altijd hetzelfde blijven doen. Nu snap ik wel. dat de ene nieuwsgierigheid de andere niet is, maar toch. Toen Franz Kline uit nieuwsgierigheid (1910-1962) ergens eind jaren 40 in de vorige eeuw een tekening van zijn favoriete stoel sterk uitvergroot op zijn muur projecteerde, zodanig dat de stoel onherkenbaar werd, ontdekte hij iets dat zijn leven en zijn kunstenaarschap voorgoed zou veranderen: De zuivere robuuste abstracte vorm.
Tot dan toe schilderde Kline vrij normale stadstafereeltjes en portretten. Hij scharrelde van opdrachtje naar opdrachtje en leek voorbestemd zijn leven te slijten in armoede. Want hoewel hij zeer getalenteerd was, viel hij niet echt op. Zijn werk niet en hijzelf niet. Door collega-kunstenaars werd hij omschreven als een zachtmoedige zeer introverte man die buiten de aandacht bleef.
Naast het gebrek aan geld had hij ook de zorg over zijn eerste vrouw, Elizabeth, die hij meermaals portretteerde. Zij was een grote, volle dame met veel potentie, maar waarschijnlijk leed zij aan zware depressies. Pas toen het echt niet meer anders kon, liet hij haar opnemen in een inrichting. Hoe moeilijk dit ook geweest zal zijn, het schiep op meerde manieren ruimte in het leven van Kline. Hij ging kunstgeschiedenis studeren en legde contacten met kunstenaars zoals Willem de Kooning en Robert Motherwell, en ik geloof dat het De Kooning is geweest die hem de tip gaf om eens met een projector te gaan werken. Het is ook in deze tijd dat hij zijn tweede vrouw, Betsy, ontmoette.
De compositie moet kloppen, de voorstelling is ondergeschikt
Ik probeer mij voor te stellen hoe het voor Kline geweest moet zijn toen hij die projectie zag: bevrijd van de voorstelling de ware vorm te zien. Ik herinner mij een kunstgeschiedenisles van meer dan dertig jaar geleden, waarin een enorm werk van Peter Paul Rubens als voorbeeld werd genomen als het gaat over het belang van een goede compositie. Naast het origineel werd een dia op de muur geprojecteerd waarin de voorstelling teruggebracht was tot enkel vorm, kleur en lijnen. Het werk was nog net zo sterk. Prachtig. Daar gaat het om, dacht ik: kunst is componeren. De compositie moet kloppen, de voorstelling is in wezen ondergeschikt.
De witte verf is net zo belangrijk als de zwarte
Een dergelijke ontdekking deed Kline ook. Hij gaat met zijn nieuwe inzichten aan de slag. Langzamerhand ontstaan de werken waar wij Franz Kline van kennen. Hij werkt in wit en zwart. Grote doeken met zwarte en witte streken. De witte verf is net zo belangrijk als de zwarte, benadrukte hij. In zijn latere werken zal hij overigens weer kleur gaan gebruiken. Hoewel de werken er spontaan en toevallig uitzien, zijn ze dat niet. Aan ieder werk ging de nodige studie vooraf. Hij maakte veel schetsen van hijskranen, spoorwegen en bouwconstructies, vervolgens vergrootte hij die sterk uit, zoals hij bij zijn eerste ontdekking deed, de stoel.
Zijn werk blijft niet meer onopgemerkt, galeries gaan zijn werk steeds duurder verkopen, hij maakt naam. Met het maken van naam ontstaat een ander soort leven. Geldzorgen zijn er niet meer, maar wat er voor in de plaats komt, daarvoor bleek hij wellicht minder geschikt. De verwachtingen en de druk. De vrijheid om als kunstenaar in alle rust je eigen ontdekkingen te doen, was verdwenen. Kline drinkt veel en leeft ongezond en dit samen met de stress die dit nieuwe leven hem bracht, maakte dat hij 10 dagen voor zijn 52e verjaardag bezwijkt aan een hartaandoening. Maar wat is, dat blijft: zijn prachtige werken!