Naar alle columns

Fingerspitzengefühl

Door Agnes Frijlink

Je kunt iets door de vingers zien of de vinger op de zere plek leggen, maar als je iemand een vinger geeft, neemt ie soms zomaar je hele hand en dan heb je zelf geen vinger meer in de pap. Vingers o vingers, wat een bijzonder stukje ledematen zijn jullie toch dat er zoveel leuke spreekwoorden en gezegdes over bestaan. Ach ja, het fingerspitzengefühl. 'Zich in de vingers snijden', hadden we die al gehad? 'Zich in de vingers snijden' betekent zoveel als: zichzelf (onbedoeld) benadelen. Ja, dat klopt.

Alle vingeroefeningen en alle 'oefening baart kunst – uren', lijken ineens voor niets geweest

Want, niks fingerspitzengefühl, althans...niet meer. Ik heb mij in de vingers gesneden. Nee, erger: ik heb in een moment van onoplettendheid een stukje van mijn linker wijsvinger afgesneden en die vinger is nogal noodzakelijk voor het bespelen van mijn basgitaar. Alle vingeroefeningen en alle 'oefening baart kunst – uren', lijken ineens voor niets geweest. Het is een miniramp: De Kerstconcerten staan voor de deur en daar zit ik met de speelhand in het verband. O, wat dom!

Natuurlijk moest ik ogenblikkelijk aan dat schilderij denken van Co Westerik 'Snijden aan gras' (1966). Het is zijn meest beroemde werk, geloof ik. Maar ik vond het altijd een vreselijk schilderij om naar te kijken. Dat was wellicht ook zijn bedoeling, ik bedoel, anders had hij wel een schattig kuikentje geschilderd. Het werk is in een belangrijke opzet geslaagd, namelijk: we voelen het als kijker allemaal, die gemene pijn veroorzaakt door dat sluwe scherpe gras.

Snijden aan gras Co Westerik
'Snijden aan gras' — Co Westerik

Mijn ongelukkige zelfmutulatie deed daarentegen helemaal geen pijn. Met vlijmscherpe messen kun je je blijkbaar pijnloos fileren. Eenmaal doordrongen van welk klein groot leed er had plaatsgevonden, wist ik dat deze vinger voorlopig geen gevoelige snaren meer zou roeren. Tjah, wie zich de billen brandt, moet op de blaren zitten en gedane zaken nemen geen keer. Aan de andere kant, al is niet alle gemorste pap weer op te rapen, we moeten roeien met de riemen die we hebben, nietwaar? Laat ik niet meteen de bijl naar de steel werpen. Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen. Ik heb tenslotte nog drie vingers die wel de snaren kunnen raken.

Oké oké ik beken, ik zit terwijl ik dit stukje schrijf met een half oog naar het schilderij 'Nederlandse Spreekwoorden' (1559) van Pieter Bruegel de Oude te kijken. De originele titel van het werk was 'De dwaasheid van de wereld', wat doet vermoeden dat Bruegel niet de bedoeling had een schilderij met zomaar een verzameling spreekwoorden te maken, maar vooral een schilderij over de dwaasheid van de mens.

Eigenlijk, als je het mij vraagt, was de 16e eeuw in menig opzicht veel interessanter dan de 21e eeuw

Maar mensen zijn niet perse dwaas of alleen maar dwaas, ze worden ook door ervaringen wijzer; door de wol geverfd, zeg maar. Zo ontstonden vele spreekwoorden denk ik ook. Eigenlijk, als je het mij vraagt, was de 16e eeuw in menig opzicht veel interessanter dan de 21e eeuw. Nederland, zoals we dat nu kennen, bestond feitelijk nog niet en veel moest nog uitgevonden en ontdekt worden. Wat de 16e eeuwse mens al wel bezat en in misschien zelfs grotere mate dan de 21e eeuwse mens, is een flinke dosis zelfkennis en het vermogen tot zelfspot. Kunnen relativeren is wat mij betreft een teken van intelligentie en beschaving.

Nederlandse Spreekwoorden Pieter Bruegel de Oude
Nederlandse Spreekwoorden — Pieter Bruegel de Oude

En het mooie is, als je naar dit werk van Bruegel de oude kijkt en al die spreekwoorden opzoekt, je ontdekt dat er werkelijk niets menselijks onze voorouders vreemd was. Luiheid, gierigheid, boosaardigheid, jaloersheid, nalatigheid. goedgelovigheid, sluwheid, ijdelheid; ze kenden het allemaal. Het zijn niet deze eigenschappen die hen van ons doet verschillen, maar hun vermogen hier naar te kijken en het benoemen. Of, laat ik het anders zeggen: wij hebben qua eigenschappen niets ingeleverd noch er bij gekregen, maar de spiegel waarin we onszelf durven zien, waar is die gebleven? Zijn we die onderweg verloren?

Ach, als ik er mijn licht op laat schijnen, schijn ik best een zwartkijker. Dus laat ik mijn vingers hier liever niet aan branden. Weet je wat, ik plaats hier gewoon een link naar een soort interactieve pagina waarin je zelf alle spreekwoorden in dit schilderij kan vinden door er met de muis overheen te gaan en te klikken. Veel plezier! Ik zoek het bijltje. Nood doet de queenen draven. Want o ja, het fingerspitzengefühl. De basloopjes zullen met drie vingers gespeeld.