De essentie
Door Agnes Frijlink
We herkennen elkaar, omdat we onthouden hoe wij eruitzien. Zelfs na een onderbreking van 20 jaar. Waarschijnlijk draag je intussen een andere jas of heb je een ander kapsel en draag ik intussen een bril en heb ik wat meer rimpels. Misschien zijn we wat zwaarder geworden of juist lichter en kijken we ernstiger dan toen we elkaar voor het laatst zagen. Hoe dan ook, we zullen elkaar herkennen. Maar waarom herken ik jou?
Hoeveel kan ik weghalen om je toch nog te herkennen
Is het de vorm van je hoofd, is het je mimiek, is het de vorm van je neus en van je kin, is het de manier waarop je je hoofd beweegt, is het je oogopslag, je mond? Wellicht. Maar stel nou dat ik langzaam steeds meer van deze kenmerken weghaal, hoeveel kan ik dan weghalen om je toch nog te herkennen. En is dit, wat overblijft aan kenmerken, dan de essentie. Jouw essentie?
Met ongeveer deze vragen heeft de Roemeense kunstenaar Constantin Brâncuși (1876 – 1957) zich beziggehouden. Nu moet ik bekennen dat ik zelf eigenlijk niet zo'n fan was van zijn werk en dat is omdat ik niet zo houd van gladde gestileerde vormen, zelfs niet als er een hele diepgaande filosofie achter deze vormen schuilgaat. Al kan iets te weten van de beweegredenen van de kunstenaar wel helpen bij het interpreteren en waarderen van het werk.
Zo maakte Brâncuși meerdere portretten van kunstenares Margit Pogany, die hij in Parijs in 1910 leerde kennen waar hij op dat moment studeerde en werkte. Op een of andere manier moet zij een favoriet model van hem geweest zijn, want hij is jaren met haar bezig geweest. Zijn doel was om haar kenmerken terug te brengen naar de meest verfijnde essentiële vorm.
Waar ik mij eerst niets bij kon voorstellen is dat Pogany meerdere sessies uren achter elkaar model heeft moet zitten. Maar nu snap ik het wel. Brâncuși moest gewoon uren naar haar kijken om haar essentiële kenmerken te kunnen grijpen. Of zijn het: kern-merken. De markeringen van de kern. Overigens herkende Margit Pogany zichzelf welzeker in deze werken en dat verheugde Brâncuși natuurlijk bijzonder.
In de kunst is eenvoud geen doel
Nu borrelt bij mij de vraag op in hoeverre deze kern-merken iets laten doorschemeren van ons innerlijke wezen. In hoeverre zijn wij te zien in onze buitenkant? Ik weet niet of dit een vraag is die Brâncuși bezighield, maar hij schreef ergens: "In de kunst is eenvoud geen doel, maar men komt door het benaderen van de ware betekenis van de dingen, ondanks zichzelf, tot eenvoud." Het woord 'betekenis' doet toch vermoeden dat Brâncuși wel meer dan alleen de buitenkant vangen wil. Hij doet dit niet, zoals een expressionist, op basis van gevoel, maar door alles wat afleidt van de kern uit de weg te ruimen. Wat overblijft is tijdloos en leeftijdloos. Een vorm die er altijd was, is en blijft, waar we naar willen blijven kijken, omdat we er iets wezenlijks in herkennen.