Naar alle columns

Allemaal beestjes

Door Agnes Frijlink

Voor wie van avontuur houdt, maar niet ver van huis wil, raad ik de Papilio aan. Maar voor ik onbedoeld reclame zit te maken voor een kijker, zal ik verdere informatie en merknamen achterwege laten. Wat ik wel kan vertellen is wat je met de Papilio kan. Het is een kijker, zoals een verrekijker, maar dan vooral voor dichtbij; een dichtbij-kijker. Je kan er bloemen, liefst hele kleine bloemetjes zoals die van heide bijvoorbeeld, tot 50 centimeter naderen en dan scherpstellen. Wat je dan ziet, dat geloof je niet. Hetzelfde geldt voor alle mogelijke beestjes; van libellen tot mieren, torren tot spinnen, schrijvertjes tot slakken, wormen tot muggen en natuurlijk vlinders.

De tuin, het balkon of het naburige park of perk volstaat voor een middag vol verwondering! Geen gek idee toch, in deze corona-tijd? Sinds ik die kijker heb dringt het tot mij door dat ik eigenlijk nog nooit iets echt gezien heb. En hoe ouder ik word, hoe meer ik verwonderd raak door alles wat leeft. Van het allerkleinste beestje en bloempje tot de reuzen van de aarde. Tegelijkertijd neemt daarmee ook de zorg toe over de toekomst van de aarde, hoe alles wat kwetsbaar is in het gedrang raakt onder expansie van de mens, maar daarover zal ik niet uitweiden. Waarover dan wel? Nou, over die beestjes.

Jan van Kessel
Jan van Kessel

Naast onze vijver, een bescheiden vijver weliswaar, staat een hazelaar en die hazelaar laat net als alle andere loofbomen in de herfst het blad vallen. Een heleboel blad. De tuin raakt eronder bedolven en dus de vijver ook. Het is zaak de vijver zoveel mogelijk bladvrij te houden omdat te veel rottend blad giftig kan zijn voor de vissen, kikkers en salamanders. Die eerste heb ik er ooit zelf in uitgezet overigens, die laatste twee hebben zichzelf uitgenodigd en ze vermenigvuldigen zich er blijmoedig. Iedere dag schep ik met een visnet het nodige blad eruit en deponeer dat in de tuin (want dat is goed voor de tuin en de vogels en de egels enzo). En dan....wat je dan tussen en op die bladeren ziet? Niet te geloven! Hup, snel de Papilio halen en kijken in de hoopjes blad. Het stikt er van het leven. Allerhande waterbeestjes. Tientallen soorten. Omdat ik het zielig vind dat ze nu onbedoeld op het droge zijn geraakt, verzamel ik alles wat ik enigszins vast kan pakken en breng ze terug naar de vijver; zo sentimenteel ben ik dan wel weer.

Jan van Kessel
Jan van Kessel

Liefde voor beestjes en het kijken naar beestjes is gelukkig niets nieuws; de kijkers onder ons waren er altijd. Zo leefde in de 17e eeuw de kunstenaar Jan van Kessel (1626 – 1679). Hij schilderde vaak bijbelse en mythologische taferelen, waarschijnlijk voor het geld, maar zijn werkelijke passie was het schilderen van dieren, insecten en bloemen. De wijze waarop hij vogels, bloemen en insecten weergaf, was uiterst secuur en gedetailleerd. Zijn veelal in klein formaat uitgevoerde werken, het formaat is meestal zo rond 10 x 15 cm, werden met olieverf aangebracht op hout of koper. Schilderen op koper? Daar had ik nog nooit van gehoord. Je kunt niet zomaar op koper schilderen, er gaat enig prepareerwerk aan vooraf, maar deze ondergrond schijnt zich uitstekend te lenen voor kleine, nauwkeurige schilderwerkjes.

Ik toon hier drie werken van Jan van Kessel, schitterende werken. Ik vind ze zo ontroerend; die aandacht die Van Kessel heeft gehad voor elk beestje; de liefde voor al wat vliegt en kruipt. De verwondering. Ik zou zo niet alle namen van de beestjes weten, maar in ieder geval herken ik het zandoogje, de distelvlinder, het fruitvliegje, de mestkever, het penseelkevertje, een krekel, het koolwitje, de behaarde bijenwolf, een weidsprinkhaan en.... Ach, wat is er toch veel te zien. Die man moet met een vergrootglas al deze schoonheidjes hebben zitten te bestuderen.

Jammer dat hij geen Papilio had. Daar had hij vast enorm van genoten.

Jan van Kessel
Jan van Kessel