Van Kunstnieuws-redacteur Rian van NieuwkerkHet Gemeente Museum in Den Haag krijgt van het Parijse Centre Pompidou 40 kunstwerken te leen van o.a. Miro, Picasso, Kadinsky en Matisse. De werken zullen in het najaar, van 15 oktober 2011 t/m 29 januari 2012 te zien zijn in een tentoonstelling over de invloed van Parijs op de Moderne kunst en Nederlandse kunstenaars.

Pablo Picasso: kunstschilder, tekenaar, beeldhouwer, grafisch kunstenaar en keramist gold als 1 van de bekendste Spaanse kunstschilders. Diverse perioden tekenen zijn loopbaan. Enkelen daarvan zijn bv de blauwe periode, waarin armoe zijn troef was en donkere, sombere kleuren centraal stonden; de Kubistische periode als reactie op kennismaking met primitieve Afrikaanse en Polynesische beeldhouwwerken waarbij hij dikkere lagen verf en meer geometrie ging toepassen en weer later de Abstracte waarin zijn eigen stijl zich het meest ontwikkelde en hij werkelijk bekend werd.
Kunstnieuws zocht contact met de hedendaagse kunstenaar
Jean-Paul Opperman een in artiest pur sang wiens werk veelal vergeleken wordt met dat van Picasso maar die zelf veel meer voeling heeft voor het werk van Henri Matisse. Laatstgenoemde, kunstschilder en beeldhouwer en Frans fauvist had naast zijn beeldende werk ook literaire prestaties.
Het werk van Opperman bestuderend kan niet ontkend worden de zwarte lijnen en veelkleurige vlakken, soms zeer tegen het kubistische aan, zeker raakvlakken zijn met het werk van Picasso toont.
Wij vroegen hem of het misschien het onderliggend gedachtegoed juist het verschil met Picasso benadrukt, een kunstenaar die beeldend toch zeer gestuurd werd door wat het leven hem bracht.
Het werk van Opperman daarentegen lijkt op een niet te stuiten drang zich ook kritisch over de maatschappij an sich willen uitdrukken, hetgeen aan de grote productiviteit ook wel te zien is. Dat daar tussentijds ook blijk gegeven wordt van persoonlijke gevoelens onderstreept dat vermoeden.
Opperman zelf zegt hierover: Vaak krijg ik te horen dat mijn werk een sterke band met kunstenaars uit het begin van de 20ste eeuw vertoond zoals Picasso, voornamelijk vanwege de lijnvoering in mijn werk.
De vormtaal sluit klaarblijkelijk erg aan bij het beeld dat mensen over het werk van Picasso hebben. Vanuit mijzelf gezien zie ik die invloeden ook wel, zoals in het bijgevoegde schilderij wat zogenoemde Picasso-achtige handen heeft.

Maar Opperman zelf voelt, zo werd al genoemd, meer binding met het werk van Matisse omdat quote: Zijn werk heeft een bepaalde kalmte en sereniteit ondanks het uiterlijk zeer extreme fauvistische kleurgebruik.
En dat, zo vervolgt hij,îis een zeer dubieuze combinatie. Want stel je eens voor dat je een wand met monochroom magenta beschilderd en dat de toeschouwers van de wand zeggen: wij worden er zo rustig en kalm van dat wij wel bij deze felle gekleurde wanden zouden kunnen wonen! Zoiets is onbegrijpelijk.
Opperman is zeer uitvoerig in zijn bewoordingen als hij verduidelijkt waarom juist Matisseís werk hem zo beroert.
Matisse laat dergelijke taferelen aan de lopende band gebeuren, zijn lijnvoering klopt niet precies, kleuren zijn bijna als boter voor een smeltende vorm. Inhoudelijk wordt het haast wel als een onjuist gebroken prisma, en toch is het helemaal geweldig en uiterst sereen. Want dat is nu net wat hij in zijn eigen werk ook erg probeer na te streven. Ten behoeve van het werk wat hij op een bepaald moment aan het maken is mag alles wat bij hem opkomt gebruikt worden, om tot het beeld komt wat uitdrukt wat hij wilde zeggen. En dat is het erfgoed van het Parijs begin 20ste eeuw voor de schilderkunst voor mij, aldus Opperman, het lijkt mij te zeggen: Ga maar vechten met de vorm- en kleurdraken en zie maar wie er wint en hoe of wat het wordt.
En het bijzondere voor mij daarbij is het voorbeeld dat Matisse gaf, in tegenstelling tot Picasso die zich afzette tegen wat de impressionisten deden met het naar buiten gaan om de natuur te 'vangen', door naar de boodschap van diezelfde natuur kijken.
Je kunt de natuur wel vangen maar wat betekent die natuur in de vorm van kleur voor jou als kunstenaar? Wat doe je ermee? Wat betekent het schilderen van een kleed waarop een naakt ligt, hoe weerhoudt het geschilderde kleed, de wand, de versieringen enz. zich tot wat je als kunstenaar wil overdragen tot wat je aanschouwd hebt.
Die overweging ligt dan ook gelijk ten grondslag aan het vele werk dat Opperman maakt.
Want volgens deze productieve kunstenaar kun je wel leren een kwast vast te houden, maar een liefde voelen voor het weergeven van de innerlijke wereld, of de buiten wereld op wat voor manier dan ook, dient zeer gekoesterd te worden als iets om dankbaar voor te zijn. Net zoals een schrijver of een zanger; je kunt niet een beetje schrijven of zingen; dan komt de klad erin. En dat zou heel erg zonde zijn als het iets betreft dat je zoveel geeft om van te leren en groeien.
Kleur is daarbij als muziek zoals later in de 20ste eeuw bleek met kunstenaars als Kandinsky en Paul Klee, voegt Opperman nog toe. In een wat vervreemdende tendens kan hij Matisse ook wel zien als een platenspeler waarop het huidige kleurgebruik tot leven is gekomen. En Picasso heeft de mens in de kunstenaar bloot gelegd.
Maar de mens in de mens zelf, heeft zich al meer dan genoeg laten zien in de 20ste eeuw, in de dans van het leven, waarbinnen de kleuren en vormen zoet en bitter mogen zijn. Want een zeer edel streven als kunstenaar is zowel politiek als gelovig vooral de eigen waardigheid behouden.
Opperman: Jezelf nergens wat van aantrekken en gewoon je eigen pad blijven volgen, kan bijna niet anders dan op een kritisch en voor jou belangrijke manier van naar de maatschappij kijken, berusten.
Matisse die op zijn oude dag een duif na zit te tekenen in zijn atelier, half verlamd maar toch met vertrouwen op de wereld kijkende. Deze romantiek van het geloven in het kunstenaarschap zoals ik en met mij velen dat vandaag de dag nog hebben, had op weinige andere plaatsen zo sterk kunnen gedijen als in het MontMartre van begin 20ste eeuw. Dat is een geweldige erfenis.
Dit artikel kon niet tot stand kunnen komen zonder de bereidwilligheid van Jean-Paul Opperman om zijn overwegingen en onderbouwing zo uitvoerig te verwoorden.
Daarvoor hartelijk dank.
Bron: Kunstnieuws.nl